Levensloop

Lagere school, geboortehuis, intrede bij de congregatie van de Heilige Harten

Huub van Lieshout werd geboren te Aarle-Rixtel op 3 november 1890, in een katholiek Brabants gezin met elf kinderen, die zeer godsdienstig werden opgevoed. De drie meisjes van het gezin wer den kloosterzuster en Huub wilde al vroeg missionaris worden, net als zijn grote voorbeeld pater Damiaan de Veuster, de apostel van de melaatsen. Daarom wilde hij – ook net als Damiaan – lid worden van de Congregatie van de Heilige Harten. In 1915 trad Huub in, met als klooster naam Eustachius, en in augustus 1919 werd hij priester ge wijd. De eerste jaren na zijn priesterwijding werkte Eustachius in het pastoraat in Nederland, eerst in Maassluis als aalmoezenier van Belgische glasblazers en daarna als pastor in de parochie van Roelofarendsveen. In de jaren twintig van de vorige eeuw zocht de Nederlandse afdeling van de Congregatie van de Heilige Harten een nieuw arbeidster rein in Latijns-Amerika. Dat werd Brazilië. In 1925 vertrok Eustachius met twee medebroeders als eersten naar dit nieuwe werkterrein. Zijn eerste standplaats in Brazilië was Agua Suja, een kleine, afgelegen plattelandsparochie, waar ie der jaar in augustus duizenden pelgrims het heilig dom van Maria bezochten. In 1934 werd hij pastoor van het stadje Poá, bij São Paulo. Hier begon hij naam te maken, door dat hij door zijn zegen en zijn gebeden zieken ge nas en op allerlei andere manieren mensen hulp bood. Eustachius raakte langzaamaan tot ver in de omtrek bekend. Na verloop van tijd kwamen dagelijks duizenden mensen naar Poá om de pater even te kunnen ontmoeten. Waar hij preekte was de kerk te klein. De toeloop van mensen liep op een gege -ven moment zó uit de hand, dat zijn bisschop hem in 1941 enige tijd liet onderduiken. Hij ver bleef een paar maan den in een afgelegen streek waar niemand hem kende. Daarna, vanaf begin 1942, was Eustachius – steeds voor enkele weken – werkzaam in ver schillende plaatsen. Zijn laatste standplaats werd Belo Hori zonte, de hoofdstad​van de staat Mi nas Gerais. Hier kreeg hij in april 1942 de op – dracht een nieuwe parochie te stichten en een kerk te bouwen. Daar begon de toeloop van mensen naar ‘De Wonderdoener van Poá’ al gauw op nieuw, maar kon toen beter in de hand worden gehouden. Eustachius heeft jammer genoeg niet lang in Belo Horizonte kunnen werken en heeft de kerk ook niet kunnen afbouwen. In augustus 1943 werd hij ernstig ziek vanwege een infectie veroorzaakt door een insectenbeet. Hij bleek vlektyfus te hebben. Een goed geneesmiddel tegen deze ziekte bestond toen nog niet. Na een kort en zeer pijnlijk ziekbed stierf Eustachius, op 30 augustus 1943. Zijn begrafenis werd een triomftocht en vanaf die dag kwamen er onophoudelijk mensen naar zijn graf. In 1948 werd Eustachius’ lichaam overgebracht naar een graf in zijn kerk. In 1955 werd er een begin gemaakt met het pro ces van de zaligverklaring van Eustachius. Op 12 april 2003 kreeg hij van paus Johannes Pau lus II de kerkelijke titel ‘Eerbiedwaardige Dienaar Gods’ en op 15 juni 2006 volgde de zaligverklaring in Belo Horizonte. Meer dan 80.000 mensen waren bij de vier uur durende plechtigheid aanwezig. ​